Karmel Twente: Van aanhorig naar zelfdragend

 Toen Karmel Twente door de Nederlandse Karmelprovincie in het leven werd geroepen verkeerde zij in een aanhorige positie. Zij was in personeel, inhoudelijk, organisatorisch en financieel opzicht afhankelijk van de Eerste Orde.

De leden ervan waren afkomstig uit de Eerste en de Tweede Orde, uit de gemeenschap van geassocieerden en uit de  Karmelbeweging. De twee laatstgenoemde groeperingen zijn lekengroeperingen.

De lekengroepen bestonden uit mensen die zich laafden aan het spiritueel erfgoed van de Karmelieten en van de Carmelitessen. De ‘leken’ waren geboeid door de spiritualiteit en het charisma van de Karmel, en dat smaakte naar meer. Zij beleefden deze spiritualiteit als een belangrijke inspiratiebron voor hun leven en voor hun inzet.

De religieuzen vervulden de rol van leraar en de leken zagen zichzelf in de rol van leerlingen. De laatsten wisten zich van de eersten afhankelijk vanwege de spirituele voeding die zij van hen ontvingen.

Door toedoen van een afname van het aantal religieuzen groeide geleidelijk aan het besef dat de afhankelijkheidspositie een funeste uitwerking zou kunnen hebben. Met het kleiner en kleiner worden van het aantal religieuzen liepen de leken het risico dat zij hun geliefde voeding zachtjes aan zouden moeten ontberen. Steeds luider en vaker klonk dan ook de oproep, vooral bij monde van het Generaal Bestuur van de Orde, ‘don’t depend on the brothers’. Maar zolang de Eerste Orde nog prominent aanwezig is, is het al te verleidelijk zich van hen afhankelijk te houden.

Er kwam een ommekeer in die situatie toen bekend gemaakt werd dat het klooster in Almelo zou sluiten. Dat was een ingrijpende gebeurtenis die Karmel Twente kruiste. ‘Hoe moeten wij dan verder?’ ‘Hoe moet het verder met ons?’ Zo klonk het alom.

Wat betekent dit voor de toekomst? Een toekomst die zowel voor de nog aanwezige religieuzen (de broeders en zusters in canonieke zin) als de leken volstrekt nieuw was. We beseften dat we gelukkig nog wel in staat waren samen te zoeken met dezelfde middelen: kennis, levende traditie en nieuwe ervaring. Met inachtneming van de ervaringen van de Eerste en Tweede Orde.

We zagen in dat we moesten zoeken naar een eigen vormgeving van de Karmeltraditie en van religieus leven en dat we die zouden moeten verstaan als volledig rechtmatig. We voelden ons uitgedaagd op zoek te gaan naar een zelfdragend vermogen van Karmel Twente. De geschiedenis leert dat het religieus leven telkens opnieuw vormgegeven moet worden. En nu was het onze beurt daar werk van te maken, op weg naar een religieuze lekengemeenschap. Gelukkig wisten wij ons nog verzekerd van de aanwezigheid van leden van de Eerste Orde met wie wij hieromtrent in gesprek konden en kunnen gaan.

Om zelfdragend te kunnen zijn is het belangrijk een eigen toegang te cultiveren tot het Karmelcharisma: gebed, zuster-/broederschap en dienstbaarheid, met als dynamisch element de contemplatie. Zij helpen ons immers geïnspireerd te blijven en steeds opnieuw geraakt te worden door de authentieke en oorspronkelijke bewogenheid om God en om de nood van mensen. In gesprek met elkaar, ondersteund door de vaardigheden waarover een aantal van ons beschikken, hoopten we in staat te zijn ons leven in zinvol verband te blijven brengen met de kernwaarden zoals verwoord in de Regel en in andere centrale documenten en fundamentele notities uit de eigen spirituele Karmeltraditie

We zagen in dat zelfdragend zijn betekent dat je een eigen organisatie hebt die door onszelf vitaal en levend gehouden wordt, zowel wat bestuur als financiën betreft. We hebben dan ook gezocht naar een passende vormgeving en structuur, de o.i. meest geëigende gezien de omstandigheden van de kerk en de samenleving van vandaag, met voldoende openheid en ruimte voor ontwikkeling en groei. Gaandeweg ontdekten we ook dat we naast een spirituele erfenis ook van doen krijgen met een materiële en culturele erfenis. Al is het alleen maar omdat we een vaste plek van samenkomen wezenlijk vinden, een plek waar uitdrukking kunnen geven aan vieren, verbinden en verdiepen. Ook hier weten we ons uitgedaagd met zorgvuldige vasthoudendheid en creatief elan aan een nieuwe toekomst te werken.

Bewogenheid om God en om mensen is veelkleurig en leeft binnen en buiten de kerk, binnen en buiten de grote religieuze tradities. We willen met Karmel Twente een ruimte uitsparen voor deze bewogenheid, opdat mensen met hun geraaktheid een thuis vinden waar deze bewogenheid respectvol wordt benaderd en gedeeld. Dat we een bedding bieden waarin mensen met hun bewogenheid een weg naar de toekomst kunnen gaan. We worden uitgedaagd zichtbaar te maken wat religieus leven nu zou kunnen betekenen en hoe dat vorm kan krijgen in een samenleving waarin mensen zoekende zijn naar wat werkelijk zin en betekenis geeft aan hun leven. We worden uitgenodigd onze kernwaarden scherp te onderscheiden en in alle openheid te communiceren.

 

Herman Scholte-Albers

5 oktober 2021

 

Dit schrijven is vrijelijk gebaseerd op:

Tjeu Timmermans, Roeping, beweging en binding.

 In: Speling. Tijdschrift voor bezinning 58(2006)3, 61-65.

 

 

 

 

 

 

Zaterdag 4 september een mooi artikel in de Twentsche Courant-Tubantia