Onderweg naar God, de op ons toekomende…

Toen mij werd gevraagd om een bijdrage te leveren aan uw kerkblad was ik verrast. Want al weer jaren geleden was ik, samen met vele anderen, druk met welzijnswerk voor de Bornse gemeenschap. Ik dacht: men is mij blijkbaar nog niet vergeten. Inmiddels ben ik sinds 2003 geassocieerd lid van de orde der Karmelieten. Een wereldwijde religieuze gemeenschap, met kloosters, ook hier in Zenderen. Uw redactie vroeg mij iets te vertellen over mijn geloofsbeleving in Karmelverband. Dat is een opgave, want er valt zoveel over te schrijven en er is al heel veel over geschreven. 771 jaren bestaat de Karmel in Nederland. En de leefregels voor de Karmelieten werden omstreeks het jaar 1206 door Albertus, de patriarch van Jeruzalem, geschreven. Deze zijn tot op de dag van vandaag richtinggevend gebleven voor de karmelitaanse spiritualiteit. Toen ik in 2003 mijn professie deed, kreeg ik een gekalligrafeerd exemplaar van de Regel mee. U ziet er een afbeelding van. Als u goed kijkt ziet u een tekst in de vorm van een kruis, met in het centrum een gouden cirkel rond een leeg midden. Als het om mijn geloofsbeleving gaat, dan heb ik veel aan dit beeld. Het hangt in onze kamer, ik kan mijn wijze van geloven en doen er aan ijken.De tekst bevat vele goede raadgevingen om dichter bij het geheim in het lege midden te kunnen komen. Het lege midden is de plaats van God, omringd door goud. Geen woord volstaat meer, geen beeld voldoet. De vorm van het geschreven kruis verwijst naar Jezus, mens onder mensen, Gods geliefde Zoon die ons een weg toonde om te gaan, om te leven: barmhartig, rechtvaardig, dienstbaar, helend en vooral liefdevol! De regels, het lege midden als woon of vindplaats van God én Jezus kruisweg, ze horen bij elkaar. Het is een kunst om tussen die drie een goede balans te vinden en houden: God, Jezus en wijzelf! Voor mijzelf zijn daarbij het eerste en tweede gebod, als onderdeel van de Bijbel én de Regel heel belangrijk: heb God lief, met heel je hart, heel je ziel en al je kracht.

En heb je naaste lief gelijk als jezelf! God heeft al wat leeft geschapen. Hij wilde dat wij er allen zijn, naar eigen aard. In vrijheid mogen wij proberen te worden wat Hij van ons gedroomd heeft. Een vrijheid in gebondenheid! Gebonden aan wat het Evangelie ons leert en wat het Oude Testament aanreikt. De traditie kan ons in het spoor houden, maar wij mogen op een eigentijdse wijze zoeken naar onze antwoorden, in onze wereld, naar invullingen en toepassingen van het oude verhaal. Zeg maar Gods ordeverhaal. Het eerste en tweede gebod vertellen dat wij er voor God mogen zijn, we mogen onszelf en naasten op gezonde wijze liefhebben. En ‘onze naasten’ zie ik dan ruim. Het is heel onze leefwereld met alles erop en eraan! Heel de schepping zou ons na moeten staan, verdient onze zorg. Om tot keuzes te komen vinden Karmelieten het belangrijk om de Liefde steeds als “midden” te zien, centraal te houden en te zoeken. Als toetssteen zeg maar. Liefde komende van God! Het helpt om bij keuzes ons af te vragen: wat zou God vinden, hoe zou Jezus het aanpakken? Hoe zouden zij kijken in deze situatie? Ik weet, het is onmogelijk. Wij kunnen niet echt kijken met de ogen van God. Gods ogen blijven een mysterie. En eigenlijk is dat ook maar goed. Het geeft ruimte aan elke generatie om opnieuw te zoeken en vorm te geven. Niet altijd even zeker. Tastend geloven, tastend daden doen.

De weg om te gaan door het leven is niet altijd even duidelijk. Maar een naar God verlangend hart mag steeds vertrouwen hebben. We hoeven het niet alleen te doen. God is het, die misschien wel geheimvol, het meeste werk verzet. Hij heeft beloofd, ik zal er zijn! En Jezus heeft beloofd: ik laat jullie niet alleen, de Geest helpt jullie onderweg. Daarop bouwen en erin geloven is van belang. Dan hoef je niet alles meer te weten, het komt goed! Liefde is steeds een sleutelwoord onderweg. Gods liefde voor ons en onze liefde voor Hem en al het andere, inclusief onszelf. Daarmee mogen wij steeds weer op weg gaan. Gewoon op de plaats waar we staan, die ons door God is geschonken, die plek is Heilige grond! Waar wij zijn, daar kan en moet het leven gebeuren en worden vorm gegeven, ongeacht de omstandigheden. Daar mogen wij steeds weer beginnen. Ook nu dus na een mooie zomer beginnen aan een nieuw jaar, als samenkomende gemeente. Of als leerling in een nieuwe klas, aan een relatie die nog maar net is begonnen. Aan de strijd tegen een ons overvallen ziekte of zelfs een naderende dood. De plaats waar we zijn aangekomen, nu in ons leven, die is heel verschillend op individueel niveau. Andere dingen hebben wij gemeenschappelijk te benaderen, zoals het klimaat en vele andere grote problemen als armoede en het vluchtelingenvraagstuk. Maar ook, hoe nu verder na de pandemie? Wat wordt het nieuwe “normaal”? Ik wens ons allen vindplaatsen toe om zelf moed en kracht te vinden, om het nieuwe en nodige in ons leven vorm en plek te kunnen geven. Ontmoetingen met elkaar en andere zoekenden zijn daarbij belangrijk. Uw geloofsgemeenschap is daarbij belangrijk en het contact met andere geloofsgemeenschappen. En het samen bestuderen wat binnen onze geloofsgemeenschappen wordt uitgedacht.

In het bijzonder denk ik in deze periode aan het boek ‘Groene Theologie’ van de protestantse predikant Trees van Montfoort, passend bij uw jaarthema: groen geloven! En ik denk aan de Katholieke Encycliek Laudato Si, van Paus Franciscus, over de zorg voor ons ‘gemeenschappelijke huis’. Met dit soort inspirerende werken kunnen we het “nodige nieuwe” samen vorm geven, met de Liefde steeds centraal! Met heel de Schepping centraal, waar wij samen verantwoordelijkheid voor dragen en mogen voelen. Dit in het spoor van psalm 8, hopende en werkende, God tegemoet! Een hartelijke groet en dank voor deze wijze van u te mogen ontmoeten.

 

 

Voor het septembernummer van het blad ‘Onderweg’, van de Protestantse gemeente Borne.

Gerard Vos